3.1. VA_2.3A

EEN BLIK IN DE DIEPTE: Hoe de ondergrond vorm gaf aan de Vlaamse Ardennen
Hoofdstuk 2: Enkele geologische excursiesites

SITE 3: EEN VENSTER OP HET TERTIAIR

2.3.1. Locaties

Alle profielen liggen in de gemeente Flobecq
• Site 3A Profiel 1A: 50°45’45.72”N 3°41’52.40”E
• Site 3A Profiel 1B: 50°45’45.36”N 3°41’52.37”E
• Site 3A Profiel 2: 50°45’44.60”N 3°41’52.22”E
• Site 3A Profiel 3: van 50°45’44.03”N tot 50°45’43.45”N
• Site 3A Profiel 4: 50°45’42.80”N 3°41’53.34”E
• Site 3A Profiel 5: 50°45’41.23”N 3°41’52.53”E
• Site 3A Profiel 6: 50°45’40.92”N 3°41’52.32”E
• Site 3B: 50°46’0.85”N 3°42’28.22”E
Landgebruik: bos

NOTA: Er is een fout van gemiddeld 5-10 m op de GPS bepaling naargelang de locatie en tijdstip van meting. Daar de profielen zeer dicht bij mekaar liggen, is een correctie uitgevoerd aan de hand van de topografische kaart 1 :25.000 en stappentelling tussen de profielen. 

Figuur 49. Locatie van Site 3A en 3B op de topografische kaart 1:25,000 (boven) en op Google Earth (onder)

Site 3 omvat twee locaties, op ongeveer 850 meter van elkaar (figuur 49).
De belangrijkste, Site 3A, bevindt zich in een holle weg met zes goed zichtbare profielen, verspreid over een afstand van zo’n 170 meter. Samen tonen ze een reeks zandige lagen die op verschillende hoogtes liggen, wat het mogelijk maakt om de volgorde van afzetting te reconstrueren. De afzonderlijke profielen variëren in lengte van 1,5 tot 20 meter; het totale hoogteverschil tussen profiel 1A en 6 bedraagt ongeveer 25 meter.
Site 3B, iets verderop, toont een afzonderlijk profiel van ongeveer 7 meter lang, op een hoogte van ca. 135 tot 140 meter.

2.3.2. Wat maakt Site 3 bijzonder?

Figuur 50. Locatie van de profielen van Site 3A in detail



De dicht bij elkaar liggende profielen van Site 3A (figuur 50) maken het mogelijk om stratigrafische verbanden te leggen: welke laag is ouder, welke jonger? Bovendien laten ze een voorzichtige correlatie toe met Site 3B en met oudere waarnemingen in de buurt. Zo ontstaat een veel vollediger beeld van hoe deze zandige afzettingen zijn ontstaan.

Die afzettingen vertellen iets over de paleo-geografie van de streek: de vroegere kustlijn, de invloed van golven en de afwisseling van erosie en sedimentatie. Recent onderzoek (Houthuys & Matthijs, 2015) toont aan dat de ontsluitingen van Site 3 een sleutelrol spelen in de discussie over de geologische opbouw van de Vlaamse Ardennen. Meer hierover in Kader 16.

Opvallend: in beide locaties is het leemdek dun — een reden waarom het gebied al in de 18de eeuw bebost was, zoals te zien op de Ferrariskaart van 1779 (figuur 51).

Figuur 51. De omgeving van Site 3 ten tijde van de opname van de Ferrariskaart (1775)

2.3.1.1. Beschrijving van de profielen

Profiel 3A-1A (figuren 52 en 53):
Geelbruin, kleiig zand zonder duidelijke gelaagdheid, vermoedelijk met glauconiet. Naar boven toe zandiger, met bovenaan dunne, harde zandsteenplaten.
Dikte: ± 2 m

Figuur 52. Site 3A, Profiel 1A. Overzicht
Figuur 53. Site 3A, Profiel 3A. Details: kleiig zand zonder gelaagdheid, met kleurschakeringen van bruingroen tot bruingeel.

Profiel 3A-1B (figuren 54-55):
Sterk bruin, fijn gelaagd zand met kruisschakeling. IJzerzandsteenplaten net onder het oppervlak. Onderaan een verhard zandsteenbank. Sporen van actieve bioturbatie (bijvoorbeeld door zandbijen).
Dikte: ± 2 m, waarvan 0,5 m zandsteenbank

Figuur 54. Site 3A, Profiel 1B. Overzicht
Figuur 55. Site 3A, Profiel 1B. Enkele karakteristieken in detail: (A) hedendaagse bioturbatie: insectennesten (zandbijen) in sterk gelaagd kleiig zand,
(B) kruisgelaagdheid in kleiig zand, (C) ijzerzandsteenplaten bovenaan het profiel.

Profiel 3A-2 (figuren 56-57):
Grof geelbruin zand met brede gelaagdheid, lichte helling naar het noorden. Verharde zandlagen met ijzerrijke cementatie. Gelijkenis met Site 3B.
Dikte: ± 1,5 m

Figuur 56. Site 3A, Profiel 2. Overzicht
Figuur 57. Site 3A, Profiel 2. Enkele karakteristieken in detail: (A) grof gelaagd los zand, met lokale ijzeraanrijking,
(B) verhard zand, met banden sterk aangerijkt in Fe-mineralen, (C) stuk afgeslagen van (B).

Profiel 3A-3 (figuren 58-59):
Drie duidelijk te onderscheiden zandlagen, verschillend in kleur en hoeveelheid keitjes (silex of gesilicifieerd krijt).
Totale dikte: ± 4–4,5 m

Figuur 56. Site 3A, Profiel 3. Overzicht
Figuur 59. Site 3A, Profiel 3. De top van het profiel met gelaagd bruin zand en dunne banden aangerijkt in verweerde silex keitjes (A),
detail in (B). De basis bevat bleker zand met lokaal kleilaagjes met plaatvormige struktuur (C) en kleurvariaties in brede banden (D).

Profiel 3A-4 (figuren 60-61):
Bleek zand, sterk verrijkt aan silexrolkeien (1–3 cm).
Dikte: ± 0,5 m

Figuur 60. Site 3A, Profiel 4. Overzicht
Figuur 61. Site 3A, Profiel 4. Detail

Profiel 3A-5 (figuur 62):
Geelbruin, fijn gelaagd zand met kleurschakeringen en verspreide silexkeien.
Dikte: ± 0,5 m

Figuur 62. Site 3A, Profiel 5. Overzicht

Profiel 3A-6 (figuur 63):
Geelbruin fijn zand zonder gelaagdheid, mogelijk glauconiet, met verweerde keitjes.
Dikte: ± 0,3 m

Figuur 63. Site 3A, Profiel 6. Overzicht

Profiel 3B (figuren 64-65):
Gecementeerd oranje-bruin zand, met duidelijk ijzerrijke banken, tot 3 meter dik. Geen klassieke zandsteen, maar eerder verharde zandlagen.
Dikte: ± 3 m

Figuur 64. Site 3B. Overzicht
Figuur 65. Site 3B: details van ‘zandsteenbank’.