EEN BLIK IN DE DIEPTE: Hoe de ondergrond vorm gaf aan de Vlaamse Ardennen
Hoofdstuk 1: Situering Vlaamse Ardennen
1.1. LIGGING
De Vlaamse Ardennen liggen in het zuidwesten van de provincie Oost-Vlaanderen. Sinds Februari 2023 vormen zij één van de 15 nieuwe regio’s waarin Vlaanderen wordt opgedeeld (figuur 1).

[1] Bron: De Vlaamse Minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen.
NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING ( VR 2022 0402 DOC.0139/1)
De regio Vlaamse Ardennen omvat 14 fusiegemeenten: Brakel, Herzele, Horebeke, Kluisbergen, Kruisem, Lierde, Maarkedal, Oosterzele, Oudenaarde, Ronse, Sint-Lievens-Houtem, Wortegem-Petegem, Zottegem en Zwalm (kaart 1).

(AANDACHT: om de kaart te bekijken of downloaden in hogere resolutie, klik op de kaart)
Die gemeenten vormen het ‘hartland’ van de Vlaamse Ardennen, want alleen hier vinden we de uitgesproken hoogteverschillen en hellingen die de naam Ardennen enigszins rechtvaardigen — zij het naar de weinig veeleisende Vlaamse maatstaven.
Als we puur naar het reliëf kijken, wordt dat kerngebied zelfs nog kleiner. Het beperkt zich dan tot Maarkedal en Ronse, aangevuld met delen van Kluisbergen, Brakel, Oudenaarde, Horebeke en Lierde (kaart 1).
Ten noorden en oosten van dit gebied liggen nog enkele gemeenten — Gavere en Geraardsbergen — die soms ook tot de Vlaamse Ardennen worden gerekend. In deze overgangszone komen weliswaar af en toe steile hellingen voor – de ‘Muur’ van Geraardsbergen is een klassiek voorbeeld – maar het reliëf is er over het algemeen minder uitgesproken. De gemeente Geraardsbergen wordt trouwens in de nieuwe administratieve zonering erkend als deel van de Denderregio.
1.2. WEGENNET EN BEBOUWING
De Vlaamse Ardennen worden ontsloten via een vrij homogeen netwerk van wegen met één rijvak per richting (kaart 2). Op enkele kilometers van de E17 na, in de noordwesthoek van Kruisem, is er geen autosnelweg in deze streek.

(AANDACHT: om de kaart te bekijken of downloaden in hogere resolutie, klik op de kaart)
De belangrijkste expresweg is de N60, met twee rijstroken per richting. Deze verbindt Ronse en Oudenaarde met Gent, kruist de E17 in Eke, maar eindigt nog voor Ronse wordt bereikt.
Daarnaast telt de regio relatief veel wandel-, fiets- en aardewegen – niet verrassend in dit uitgesproken landelijke gebied.
Ook het spoorwegennet is relatief goed ontwikkeld, met twee noord-zuidaslijnen en één oost-westas, met knooppunten in Oudenaarde en Zottegem.
De bebouwing concentreert zich in drie middelgrote stedelijke kernen: Oudenaarde, Ronse en Zottegem. Daarnaast zijn er enkele sterk uitgegroeide gemeenten zoals Brakel, Kruishoutem, Zingem en Kluisbergen, en een zestigtal kleinere dorpskernen en gehuchten (zie kaart 3).

(AANDACHT: om de kaart te bekijken of downloaden in hogere resolutie, klik op de kaart)
Kenmerkend voor het landelijke karakter van de Vlaamse Ardennen is de veelvuldige lintbebouwing langs secundaire wegen, afgewisseld met verspreid staande gebouwen. Het gaat daarbij vaak om hoeven: deels nog in gebruik voor landbouw, deels gerenoveerd als woning of omgevormd tot Bed & Breakfast.
In vergelijking met het Vlaams gewest (487 inwoners/km²) zijn de Vlaamse Ardennen dunner bevolkt. Binnen de streek bestaan echter grote lokale verschillen (tabel 1). Oudenaarde telt het hoogste inwonersaantal, Ronse heeft de hoogste bevolkingsdichtheid, terwijl Horebeke en Maarkedal respectievelijk het laagste inwonersaantal en de laagste bevolkingsdichtheid hebben.
Tabel 1. Oppervlakte en bevolking [1] van de fusiegemeenten
| Fusiegemeente | Oppervlakte (km2) | Inwoners | Inwoners /km2 |
| Brakel | 56,46 | 14.809 | 262,3 |
| Horebeke | 11,20 | 2.024 | 180,7 |
| Kluisbergen | 30,38 | 6.566 | 216,1 |
| Kruisem | 70,69 | 15.747 | 222,8 |
| Lierde | 26,13 | 6.573 | 251,5 |
| Maarkedal | 45,63 | 6.337 | 138,9 |
| Oudenaarde | 68,06 | 31.587 | 464,1 |
| Ronse | 34,48 | 26.375 | 764,9 |
| Wortegem-Petegem | 22,87 | 6.395 | 279,6 |
| Zottegem | 56,65 | 26.685 | 471,1 |
| Zwalm | 33,82 | 8.165 | 241,4 |
| Totaal / Gemiddeld | 456,37 | 151.263 | 317,6 |
[1] Bron: Rijkregister 2020, via https://www.vlaanderen.be/gemeenten-en-provincies/provincie-oost-vlaanderen/
1.3. WATERLOPEN EN BEKKENS
Het waternetwerk in de Vlaamse Ardennen (kaart 4) behoort grotendeels tot het bekken van de Boven-Schelde. Enkele kleinere waterlopen in het noordwesten stromen af naar de Leie, en in het zuidoosten naar de Dender.

(AANDACHT: om de kaart te bekijken of downloaden in hogere resolutie, klik op de kaart)
Binnen het Boven-Scheldebekken vormen twee deelbekkens de kern van het afwateringsgebied: 06-03 en 06-05. Deelbekken 06-03, met een oppervlakte van 178 km², draineert het grootste deel van de Vlaamse Ardennen. In dit bekken vallen meerdere beeksystemen op, waarvan dat van de Maarkebeek het meest uitgesproken is. Deze beek, die vooral in de gemeente Maarkedal ligt, heeft zich diep in het landschap ingesneden. Ze vormt samen met haar zijbeken – de Hollebeek, de Pauwelsbeek en de Molenbeek – een nagenoeg parallel patroon met een zuid-noord verloop (figuur 2, links).

Het tweede belangrijke afwateringsgebied, deelbekken 06-05, beslaat een oppervlakte van 112 km² en omvat de Zwalmbeek met haar zijbeken. Dit bekkensysteem situeert zich voornamelijk in de gemeenten Zwalm, Zottegem en Brakel (figuur 2, rechts).
1.4. TRADITIONELE LANDSCHAPPEN
Lokale verschillen in landschap en bewoning kunnen verhelderd worden via het concept van traditionele landschappen (Vakgroep Geografie, 2002), goed ingeburgerd in de ruimtelijke ordening, landschapskunde en erfgoedzorg.
Traditionele landschappen hebben een uitgesproken identiteit, die is gegroeid op het snijvlak van natuur en mens: ze berusten op het natuurlijke draagvlak (zoals geologie, reliëf en bodem) én op eeuwenlange menselijke ingrepen in telkens veranderende technologische en maatschappelijke contexten (Van Damme & Antrop, 1995).
Voor Vlaanderen gelden volgende kenmerken als typisch voor traditionele landschappen:
• Historische structuur: de ruimtelijke opbouw zoals die zich in de loop der eeuwen heeft ontwikkeld, met herkenbare patronen van nederzettingen, wegen, perceelsgrenzen, grachten en houtkanten.
• Functionele samenhang: hoe landbouw, natuur en bewoning een geïntegreerd geheel vormen, met een landgebruik dat zich duurzaam heeft aangepast aan lokale omstandigheden.
• Regionale variatie: een onderlinge verscheidenheid relevant voor culturele erfgoedwaarde, biodiversiteit, landschapsbeleving, en duurzame ontwikkeling.
In de Vlaamse Ardennen zijn zeven van de 123 in Vlaanderen afgebakende traditionele landschappen terug te vinden (kaart 5 en tabel 2). Elk van deze landschappen heeft een eigen karakter, gevormd door de unieke wisselwerking tussen natuurlijke kenmerken en historisch landgebruik.

(AANDACHT: om de kaart te bekijken of downloaden in hogere resolutie, klik op de kaart)
Tabel 2. Typische kenmerken van de traditionele landschappen van de Vlaamse Ardennen
| Nr. | Landschap | Reliëf & ligging | Bodem & geologie | Ruimtelijke structuur | Landgebruik | Erfgoedwaarde |
| 1 | Land van Wetteren en Lede | Zacht golvend; overgangszone tussen Vlaamse Ardennen en Scheldevallei | Zandleem, lokaal lemig; vruchtbaar | Open akkerland met verspreide hoeves; lineaire dorpen | Akkerbouw domineert; grasland in beekvalleien | Overgangslandschap; historisch agrarisch karakter deels behouden |
| 2 | Land van Zottegem | Licht heuvelend met flauwe dalen; centraal in de Vlaamse Ardennen | Lemige zandleem op krijt- en tertiaire lagen | Halfopen met houtkanten, relicten van koutersysteem | Mengvorm: akkerbouw en weiland, lokaal boomgaarden | Goed bewaard koutersysteem; erfgoedlandschap met hoge herkenbaarheid |
| 3 | Lemig Leie-Schelde interfluvium | Breed golvend; hoger dan omliggende valleien | Lemige bodems, wisselend met zandlemige ruggen | Groot perceelpatroon met weinig visuele afscherming | Akkerbouw (granen, bieten); weinig grasland | Beeld van open landbouwlandschap met lage biodiversiteit |
| 4 | Scheldevallei van Gent tot Doornik | Vlak tot licht glooiend; brede alluviale vlakte | Kleigronden, zandlemige randen | Gesloten valleistructuur met natte graslanden en rietzones | Weiland, hooilanden; riet- en ruigtevegetatie | Hoog ecologisch potentieel; cultuurlandschap met historische structuur |
| 5 | Vlaamse Ardennen (in enge zin) | Sterk heuvelend; diep ingesneden beekvalleien | Zandleem op tertiaire ondergrond, met fossiele hellingen | Kleinschalig, bocage-achtig; holle wegen, hagen, verspreide bewoning | Gemengd gebruik: akker, weiland, bos | Iconisch landschap; sterk behoud van traditionele structuur |
| 6 | Zandig Schelde-Leie interfluvium | Vrij vlak tot zacht glooiend; westelijke randzone | Zandlemige tot zandige bodems | Grootperceelig; regelmatige verkaveling | Intensieve landbouw, weinig grasland of hagen | Aangetast traditioneel patroon; lage erfgoedwaarde maar landschappelijk belang |
| 7 | Zwalmstreek | Geaccidenteerd met talrijke bronbeken; reliëfrijk | Zandleem, natte valleibodems | Complex patroon van akkers, graslanden, bronbossen | Gemengd: akkerbouw op hellingen, hooilanden en bossen in valleien | Zeer hoge landschappelijke en ecologische waarde; microstructuur behouden |
[1]Verstedelijking meest uitgesproken in en rond Oudenaarde
KADER 1. Samengevat: de traditionele landschappen in de Vlaamse Ardennen
De traditionele landschappen van de Vlaamse Ardennen vertonen een grote variatie in reliëf, bodem, ruimtelijke structuur en landgebruik, wat zich ook weerspiegelt in hun actuele toestand.
In landschappen zoals de Vlaamse Ardennen in enge zin en de Zwalmstreek is het traditionele gebruik en de fijnmazige structuur opvallend goed bewaard gebleven. Deze gebieden combineren een hoge erfgoedwaarde met een beperkt niveau van verstedelijking en infrastructuurdruk.
Andere regio’s, zoals het Lemig Leie-Schelde interfluvium en het Zandig Schelde-Leie interfluvium, zijn sterk beïnvloed door ruilverkaveling, schaalvergroting en verharding, waardoor het historisch karakter grotendeels is verdwenen en de erfgoedwaarde laag ligt.
Tussen deze uitersten bevinden zich overgangsgebieden zoals het Land van Zottegem en de Scheldevallei, waar delen van het historisch patroon nog herkenbaar zijn, maar waar de druk van infrastructuur of verstedelijking toeneemt. Ook het Land van Wetteren en Lede bevindt zich in een transitiezone, met deels bewaarde open akkerstructuren maar weinig microstructuur en hoge suburbanisatiedruk.