EEN BLIK IN DE DIEPTE: Hoe de ondergrond vorm gaf aan de Vlaamse Ardennen
Hoofdstuk 2: Enkele geologische excursiesites
2.2. SITE 2: FOCUS OP GRONDVERSCHUIVINGEN
2.2.1. Algemene karakteristieken



De Krombeek, gevoed door een bron, stroomt tussen de bomenrij aan de voet van de helling.

Locatie: Horebeke en Maarkedal, 50°48’25,61”N, 3°42’49,42”E (centroïde)
Hoogte en hellingen:
• 95% van het terrein ligt tussen 50 en 110 m (figuur 37A)
• 80% van het gebied heeft een helling tussen 2 en 15% (figuur 37B). De oriëntatie van de hellingen is zeer variabel (figuur 37C)
Landgebruik: afwisseling van akkerland, grasland en bos (figuur 38 en 39)
Bodems: grote variatie (figuur 40 en tabel 14)
Kwartaire geologie: heterogene leemafzettingen van wisselende dikte (figuur 41)
• Relevante typeprofielen: 1, 12, 13 (figuur 42 en tabel 15)
2.2.2. Wat maakt Site 2 bijzonder?
Site 2 valt op door de combinatie van een complex opgebouwde ondergrond en een uitzonderlijk hoge dichtheid aan grondverschuivingen. Deze interactie bepaalt het reliëf, het bodemmozaïek én het landgebruik.
De landschappelijke complexiteit springt onmiddellijk in het oog tijdens een wandeling. Thematische kaarten bevestigen dit beeld: er zijn hoogteverschillen van meer dan 50 meter, een grote variatie in hellingsgraden en geen dominante hellingsrichting (figuur 37).

Akkers, weilanden en bospercelen wisselen elkaar snel af (figuur 38), wat een kleinschalige, haast tijdloze mozaïek oplevert. Opmerkelijk is hoe weinig dit patroon gewijzigd lijkt sinds de publicatie van de Ferrariskaart in 1779 (figuur 39).


Deze stabiliteit in het landgebruik wijst op dieperliggende, structurele factoren: bodems en geologisch substraat spelen hier een hoofdrol. Met 29 bodemseries op slechts 334 hectare kent Site 2 een opvallend grote bodemdiversiteit (figuur 40 en tabel 14).

Tabel 14. Bodemseries van Site 2: legende
| Symbool | Beschrijving |
| Aba | Droge leembodem met textuur B horizont |
| AbB | Droge leembodem met textuur B of structuur B horizont |
| Abp | Droge leembodem zonder profiel |
| Aca | Matig droge leembodem met textuur B horizont |
| Acp | Matig droge leembodem zonder profiel |
| Ada | Matig natte leembodem met textuur B horizont |
| ADa | Matig droge tot matig natte leembodem met textuur B horizont, en klei of zand op geringe diepte (<75 cm) |
| Adp | Matig natte leembodem zonder profiel |
| Aep | Natte leembodem zonder profiel |
| Afp | Zeer natte leembodem zonder profiel |
| Ahp | Natte leembodem zonder profiel |
| B | Bronnen |
| Edp | Matig gleyige kleibodem zonder profiel |
| EDx | Zwak tot matig gleyige kleibodem met onbepaald profiel. Kan klei-zand op geringe diepte (<75 cm) bevatten. |
| Eep | Sterk gleyige kleibodem zonder profiel |
| Efp | Zeer sterk gleyige kleibodem zonder profiel |
| Gbx | Droge stenige leembodem met onbepaald profiel |
| Lba | Droge zandleembodem met textuur B horizont, met klei-zand op geringe (<75 cm) of matige (75-125 cm) diepte |
| Lbx | Droge zandleembodem met onbepaald profiel en zand op geringe diepte (<75 cm) |
| Lca | Matig droge zandleembodem met textuur B horizont. Onbepaald substraat kan voorkomen op matige diepte (75-125 cm) |
| Lcp | Matig droge zandleembodem zonder profiel |
| Lda | Matig natte zandleembodem met textuur B horizont. Onbepaald substraat kan voorkomen op matige diepte (75-125 cm) |
| LDa | Matig droge tot matig natte zandleembodem met textuur B horizont en klei-zand op geringe diepte (< 75 cm) |
| Ldc | Matig natte zandleembodem met sterk gevlekte, verbrokkelde textuur B horizont en onbepaald substraat op matige diepte (75-125 cm) |
| Ldp | Matig natte zandleembodem zonder profiel |
| LDx | Matig droge tot matig natte zandleembodem met onbepaald profiel, en klei of klei-zand op geringe diepte (< 75 cm) |
| Lep | Natte zandleembodem zonder profiel |
| Lhp | Natte zandleembodem zonder profiel met relatief hoge ligging |
| O | Bebouwde of sterk vergraven grond |
Op de hogere delen domineren relatief homogene zandleem- en leembodems, gevormd op kwartaire eolische afzettingen (figuur 41).


Tabel 15. Kwartairgeologie: Typeprofielen in site 2
| No. | Beschrijving |
| 1 | Leem op minder dan 1 m diepte |
| 12 | Homogene eolische leemafzettingen |
| 13 | Lemig materiaal zonder profielontwikkeling bovenop homogene eolische leemafzettingen. Geïntercaleerde hellingsafzettingen kunnen mogelijks aanwezig zijn aan de voet van de helling. |
| 14 | Homogene eolische leemafzettingen bovenop lemig materiaal, homogeen gelaagd of alternerend met zandige en/of venige laagjes ontstaan door hellingsprocessen, waarin mollusken en veenspots kunnen voorkomen. |
| 15 | Lemig materiaal zonder profielontwikkeling bovenop (1) lemig materiaal, homogeen gelaagd of alternerend met zandige en/of venige laagjes ontstaan door hellingsprocessen, waarin mollusken en veenspots kunnen voorkomen, en (2) mogelijks geïntercaleerde hellingsafzettingen aan de voet van de helling. |
| 18 | Fluviatiele afzettingen met een textuur variërend van klei tot zand, mogelijks met veenontwikkeling, bovenop (1) mogelijks homogene eolische leemafzettingen, (2) lemig materiaal, homogeen gelaagd of alternerend met zandige en/of venige laagjes ontstaan door hellingsprocessen, waarin mollusken en veenspots kunnen voorkomen, en (3) geïntercaleerde hellingsafzettingen. |
De lagere delen – langs de Krombeek in het westen en de Roosmeersbeek in het oosten – tonen een gevarieerder beeld, met meerdere bronniveaus en texturen. Kleien komen vooral voor in het westelijke bosgebied, wat duidt op invloed van Tertiaire afzettingen. De waterhuishouding varieert sterk, van zeer droog tot uitgesproken nat (zie tabel 14).
Een tweede opvallend kenmerk is de aanwezigheid van maar liefst zeven verschillende Tertiaire formaties of leden binnen dit kleine gebied (figuur 43). Elk heeft zijn eigen lithologische eigenschappen (zie tabel 13), wat de bodemopbouw en reliëfvorming aanzienlijk beïnvloedt.

Deze afwisseling van zandige en kleiige lagen vormt de basis voor bronnen, achterwaartse erosie en een hoge frequentie aan grondverschuivingen (zie ook sectie 1.5.4). Vooral dit laatste is bijzonder opvallend: Site 2 telt een groot aantal kleine en grotere verschuivingen (figuur 31). De kleinschalige komen vooral voor op het grensvlak tussen de klei van de Formatie van Gent (Lid van Merelbeke – GeMe) en het zand van het Lid van Vlierzele (GeVl).
Het grootste bos in natuurgebied ’t Burreken ligt zelfs op een massale verschuiving van bijna 1 km lang, op de grens tussen de klei van de Formatie van Kortrijk (Lid van Aalbeke – KoAa) en de zand-siltafzettingen van de Formatie van Tielt (Tt) (figuur 44).

Vermoedelijk gaat het om een oude grondverschuiving, aangezien het gebied al op de Ferrariskaart als bos werd weergegeven binnen een akkerlandschap (figuur 45). Ook elders vallen grondverschuivingen samen met bos op deze kaart, wat deze interpretatie ondersteunt.

Toch zijn er aanwijzingen dat deze grote verschuiving recent werd gereactiveerd. Figuur 46 toont in de verschuiving minstens twee duidelijke knikken in het reliëf, zichtbaar als smalle platformen gekneld tussen steilere hellingen.

Deze worden bevestigd door de hoogte- en hellingprofielen dwars doorheen de grote grondverschuiving (figuur 47 links), elk met twee duidelijke breukpunten, en het LIDAR beeld rechts.

Rechts: onregelmatige topografie van de grote verschuiving met een duidelijke steilrand op het LIDAR hillshade beeld.
Op een van de platformen bevindt zich een lokale inzinking met geblokkeerde afwatering. Deze natte zone is gekoloniseerd door vochtminnende vegetatie zoals de reuzenpaardenstaart (Equisetum telmateia) (figuur 48).

Onderaan reuzenpaardenstaarten in het natste deel van het platform.
Conclusie
Het complexe landschap van Site 2 is het resultaat van een dynamische wisselwerking tussen deklaag, insnijding, erosie en afglijding van lithologisch sterk contrasterende materialen. Doorheen de eeuwen heeft het landgebruik zich aangepast aan de lokale omstandigheden: bodems, hellingen, vochtigheid. Het resultaat is een mozaïek van akkers, graslanden en bossen. Ook de flora weerspiegelt die variatie: ze reageert op microklimaat, bodemtype en waterhuishouding.
Dankzij deze natuurlijke rijkdom en de landschappelijke waarde geniet het gebied statutaire bescherming als natuurreservaat – en dat is zonder meer terecht. Wandelaars kunnen vandaag gebruik maken van goed aangeduide routes om deze bijzondere biotoop te verkennen.